Wereldstadgidsen zoeken Picasso, deel 3: Parijs

Sporen van Pablo Picasso vind je wereldwijd overal. Van zijn ruim 50.000 werken mogen de bekendste dan hangen in New York en Madrid, het zijn Malaga, Barcelona en Parijs waar hele musea aan deze wereldspeler zijn gewijd. Onze Wereldstadgidsen Ilse, Robb en Yvonne gaan in een drieluik op zoek naar Picasso´s sporen in deze drie voor hem bepalende steden. Deel 3: Parijs, de bruisende kunstmetropool waar Picasso zijn ´blauwe´en ´roze´periode beleefde.

Als ik uit de grote ramen kijk van mijn nieuwe woning aan de voet van de Montmartre, heb ik een prachtig uitzicht op de Sacré Coeur. Precies daarnaast, ik kan de plek nét niet zien,  woonde en schilderde Pablo in 1900 in zijn eerste Parijse atelier aan 49 Rue Gabrielle. De wijk Montmartre was destijds the place to be voor alle artiesten. Maar dat was toen. Nu struikel je er helaas over de toeristen die zich laten vastleggen door niet altijd even getalenteerde cartoonisten op de Place du Tertre.

Maar Picasso zat er in die goede, oude tijd. Toen je nog Absinthe mocht drinken, en om zes uur ’s ochtends lallend de cabarets uitrolde. Pablo en zijn vrienden gingen ook nogal eens opium roken bij ‘Baron Pigeard’. Dit heerschap was de baas van de maritieme vereniging, in het café leerde hij de kinderen van de artiesten zwemmen op barkrukken!

Depressief

Rijk was Pablo toen nog niet, verre van dat zelfs. Het was een armoedig artiestenleventje in die tijd. Picasso had geen geld. Hij was depressief geraakt na de zelfmoord van zijn beste vriend Casagemas, en dat was te zien in zijn werk. De blauwe, sombere schilderijen raakte hij aan de straatstenen niet kwijt.

Wanneer je nu bij Montmartre de périphérique oversteekt, kom je uit bij de beroemde Marché aux Puces in stadsdeel Clignancourt. Al eeuwenlang is dit een grote (antiek)markt. Ik ga er zelf graag heen om een paar toffe retrolaarzen te kopen, Pablo ging erheen om oude schilderijen op de kop te tikken. Niet voor de artistieke inspiratie, maar om ze schoon te schrapen zodat hij het canvas kon hergebruiken. Canvassen die decennia later zijn doorverkocht voor miljoenen ponden, francs of euro’s. Het kan verkeren.

Er breekt later wel een gelukkiger periode in zijn leven aan. Zijn ontmoetingen met dichter Guillaume Apollinaire en de bloedmooie Fernande helpen hem uit zijn depressie te komen. De ‘roze’ periode breekt aan en Picasso laat zich insprireren door de artietsen van Circus Modrano – een prachtig gebouw aan de Boulevard Rochechouart, helaas gesloopt in de periode van President Pompidou. Veel Parijzenaren zijn hier nog steeds kwaad om, want er was een lelijk appartementencomplex voor in de plaats gekomen.

Meesterwerk

Als je iets verder wandelt vanuit de Rue Gabrielle, richting La Place Emile Goudeau, kom je uit bij de Bateau-Lavoir. Hier leefde Picasso van 1904 tot 1909 en schilderde er het meesterwerk ‘Les Demoiselles d’Avignon’. Wegens de gemuteerde prostituees vond men het destijds een nogal verontrustend schilderij. Achteraf was dit het startsein voor het kubisme.

Schunnige liedjes

Feesten deden Picasso en de zijnen in Montmartre op plekken als Le Lapin Agile en A La Bonne Franquette. Helaas zul je in La Bonne Franquette geen enkele Fransman meer zien zitten; het is intussen overspoeld door toeristen. Maar als je dat gevoel van zo’n ‘guingette’ wilt meemaken, ga dan op een zomerse vrijdagavond naar de Rosa Bonheur in het Buttes Chaumont. Héel af en toe kun je daar het gevoel krijgen dat het dus zo geweest moet zijn: ruim 100 jaar geleden in die broeierige, inspirerende, artististieke danscafés.

Ik heb het zelf ook eens mee mogen maken. Jaren geleden nam mijn gekke oude bovenbuurvrouw Christine, een oude spinster van 79 lentes jong, me eens mee naar Le Lapin Agile, want ze had daar zulke goede herinneringen aan. Het werd een prachtavond vol schunnige liedjes en erotische poezie. Ik waande me even in het Montmartre van Picasso’s tijd. Heel af en toe bestaat het nog.

Picasso Museum

En anders zijn er wel de werken van Picasso. In het Picasso-Museum van Parijs – nét weer open sinds een lange renovatie – hangen er meer dan 4000, uit alle periodes van zijn loopbaan. Het museum staat niet in Montmartre, maar in Le Marais. In deze van oudsher rijke wijk (er staan nog veel hôtels particuliers van de adel uit de 16e eeuw) stond het immense Hôtel Salé. Picasso hield van prachtige, oude huizen. Dat zei hij althans tegen zijn goede vriendin Gertrude Stein.  In 1976 wordt dan ook besloten dat hier Picasso’s grootste collectie zou worden tentoongesteld. Ik neem je er graag eens mee in een fietstour of te voet naar toe. En anders wel naar een cabaret in Montmartre.

Musée Picasso – 5 Rue de Thorigny, 75003 Paris

Yvonne America, Wereldstadgids in Parijs

 

Verdere sporen van Picasso in onze Wereldsteden? Lees ook de andere delen van deze serie.

Deel 1: Onze Wereldstadgids Ilse vertelt over Picasso´s geboortestad Malaga.

Deel 2: Onze Wereldstadgids Robb vertelt over Picasso´s puberjaren in Barcelona

 

Geschreven door wereldstadgidsen